Onkosten en financiën
Een wooncoöperatie realiseren kost geld, maar je staat er niet alleen voor. De gemeente Rotterdam helpt mee. Hier lees je welke kosten je in de verschillende fases kunt verwachten en welke vergoedingen er beschikbaar zijn.
Fase 1: Kosten die je zelf draagt
Om je inschrijving in de kaartenbak compleet te maken, moet je het Coopkeur-keurmerk ontvangen hebben. Daarvoor moet je als groep een aantal zaken regelen, zoals de KVK-inschrijving en de statuten via de notaris. Deze kosten betaal je als groep zelf. Reken op ongeveer €1.500 tot €2.500 exclusief btw voor de notaris, afhankelijk van de complexiteit. Daarnaast kost het Coopkeur Basis-keurmerk €345 inclusief btw en betaal je €75 per jaar voor het lidmaatschap van Cooplink, dit is een verplichte voorwaarde voor de aanvraag. Meer informatie hierover vind je op de pagina Het oprichten van een coöperatie.
Fase 2: Vergoeding bij de kavelselectie
Doet je groep mee aan de selectie voor een beschikbare kavel? Dan moet je een locatiespecifieke visie opstellen. Dit omvat een uitwerking van je woonplan voor de specifieke locatie, een risicoanalyse en een globale financiële onderbouwing: een inschatting van de bouwkosten, de verwachte huurinkomsten en hoe je de financiering regelt.
Als vergoeding voor dit werk stelt de gemeente Rotterdam €3.000 per initiatief beschikbaar. Je ontvangt deze vergoeding als je een geldige en volledige inschrijving hebt ingediend, ongeacht of je de kavel wint.
Fase 3: Vergoeding bij het plan van aanpak
Is jouw wooncoöperatie geselecteerd? Dan word je uitgenodigd om een gedetailleerd plan van aanpak op te stellen, inclusief een financieel plan waaruit blijkt dat het project haalbaar is. De gemeente geeft hiervoor een vergoeding van €5.000. Je ontvangt deze vergoeding als je een volledig plan van aanpak indient.
Ook de provincie Zuid-Holland biedt voor deze fase een subsidie aan: Plankosten collectieve wooninitiatieven (SRW) | Provincie Zuid-Holland
Fase 4: Een lening afsluiten
Na de ontwikkelovereenkomst moet je aantonen dat het project financieel haalbaar is. Dat doe je door een lening af te sluiten bij de bank. Doorgaans willen banken tot maximaal 70% van de totale kosten lenen, omdat ze wooncoöperaties - ondanks de not-for-profit doelstelling - als zakelijke onderneming zien. De Rabobank biedt bijvoorbeeld financiering aan en heeft ook een Impactfonds dat geld uitleent. Verder zijn er kleinere fondsen die kunnen bijdragen. Het resterende deel moet je opvangen met eigen geld of andere middelen, zoals crowdfunding.
Fonds Coöperatief Wonen
Het Rijk werkt aan een Fonds Coöperatief Wonen, waarbij €60 miljoen beschikbaar komt voor wooncoöperaties. Als dit plan definitief is, kun je bij één organisatie 95% van de benodigde financiering regelen: zowel het deel dat normaal bij een bank geleend wordt (ongeveer 70%), als het deel waarvoor het Fonds als zekerheid dient (ongeveer 25%). De overige vijf procent leg je zelf in via eigen geld of crowdfunding.
Solidariteitsfonds
Er is ook een Solidariteitsfonds in oprichting van wooncoöperaties voor wooncoöperaties. Dat zal in 2027 nog geen financieringsbijdrage kunnen doen, maar je krijgt er wel meteen mee te maken omdat jouw wooncoöperatie waarschijnlijk gaat bijdragen om te zorgen dat straks iedere wooncoöperatie (ook die van jou) in de toekomst makkelijker financiering kan krijgen voor de bouw of grote verbouwingen.
De gemeente en het Rijk helpen mee, maar de financiering rond krijgen doe je uiteindelijk zelf. Maak een overzicht van de te verwachten kosten en bespreek in je groep hoe je die wilt dekken.
